EESSI (Electronic Exchange of Social Security Information)

In het kader van de standaardisatie en de modernisering van de gegevensuitwisselingen tussen de Europese landen voert de Europese Commissie een elektronisch gegevensuitwisselingssysteem in voor alle takken van de sociale zekerheid: EESSI (Electronic Exchange of Social Security Information).

Op 1 mei 2010 werd de wettelijke basis van dat project vastgelegd in de volgende geconsolideerde Europese verordeningen:

Alle socialezekerheidsinstellingen van alle lidstaten moeten zich aanpassen om het project in hun land in te voeren.

Het Belgische gedeelte van het project wordt BelEESSI genoemd.

De oorspronkelijke termijn om dat netwerk in te voeren was vastgelegd op 1 mei 2012. Er was dus een overgangsperiode van twee jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe Europese verordeningen. Uiteindelijk bleek die termijn niet haalbaar. Van de eerste versie van het project werd afgestapt en er volgde een nieuw project met een betere kans op slagen.

EESSI is een messagingsysteem dat de uitwisseling van papieren formulieren tussen instellingen vervangt door de uitwisseling van elektronische formulieren, SED’s (Structured Electronic Documents). Voor de kinderbijslagsector bestaan er 15 SED’s in vier verschillende scenario’s die BUC’s (business use cases) genoemd worden.

De SED’s en BUC’s werden gelezen, gewijzigd en goedgekeurd door de verschillende lidstaten en het EESSI-systeem gaat naar een overgangsfase waarin de eerste elektronische uitwisselingen getest zullen worden tussen de landen die zich hiervoor vrijwillig hebben opgegeven.

In juni 2017 heeft de Europese Commissie verklaard dat het EESSI-systeem aangepast was aan het geplande gebruik overeenkomstig de beslissing van de Administratieve Commissie. De lidstaten hebben bijgevolg een termijn gehad van twee jaar om EESSI op nationaal vlak daadwerkelijk uit te voeren.  De ingebruiknemingsdatum van EESSI werd vastgelegd op 2 juli 2019.  Omdat dit nieuwe systeem echter een hele massa werk met zich mee heeft gebracht, zijn niet alle socialezekerheidssectoren van de lidstaten erin geslaagd om binnen de termijn klaar te zijn.   Daarom werd de overgangsperiode verlengd.  Uitwisselingen vonden plaats en de meeste lidstaten doen geleidelijk mee met het systeem.

De gegevens die een lidstaat verstuurt gaan van het Europese niveau naar België via één enkel toegangspunt (Access Point), de KSZ.

De Belgische instellingen hebben drie mogelijkheden om zich met het Access Point te verbinden:

  • Via RINA (Reference Implementation for National Application), een programma van de Europese Commissie dat als e-mailbox werkt. De software bevat meerdere modules. Hiermee kan men aanvragen ontvangen en raadplegen en antwoorden verzenden. Een aanvraag met onvoldoende verwijzingen kan onmiddellijk geweigerd worden. Met dit programma kunnen de documenten wel niet automatisch ingevuld worden. Voordeel van dit programma is de lage prijs, maar er zijn weinig opties. SMALS zorgt voor de installatie.
  • Een nationale applicatie (per sector) die intern door de instelling wordt ontwikkeld met een contact naar het Access Point. Een dergelijke applicatie vraagt uiteraard een budgettaire inspanning en is erg interessant voor frequente en grote verzendingen. Een van de grootste voordelen is dat de applicatie meteen aangepast is aan de behoeften van de nationale instellingen in hun eigen domein door de grondigere en meer geautomatiseerde ontwikkelingen. Bij die optie is voorzien in een interface om de uitwisseling tussen het Access Point en de nationale applicatie te vergemakkelijken, de National Gateway.
  • De instellingen kunnen een gemengde oplossing, tussen bepaalde modules van RINA en een eigen applicatie, overwegen. De softwaremodules van de Europese Commissie kunnen gebruikt worden naargelang hun mogelijkheden en aanpassingen.

Belangrijk: de instellingen moeten niet alleen de BUC’s en de SED’s van hun eigen sector ontwikkelen, ze moeten ook de horizontale BUC’s en SED’s analyseren die alle sectoren onder elkaar gebruiken.

Naast al die Europese ontwikkelingen en om het project stelselmatig voort te zetten werden workshops (Reflection Forums) georganiseerd waarop de vertegenwoordigers van de lidstaten samenkomen. Tijdens die workshops bestudeerden ze de opties, parameters en knelpunten met een impact op de invoering van het EESSI-systeem. Daarbij streefden ze naar een globale strategie op lange termijn die, mits correcte begeleiding en uitvoering, ervoor zorgt dat het EESSI-systeem in alle lidstaten op tijd ingevoerd wordt en in werking treedt.

Op Belgisch vlak werd het BelEESI-project op touw gezet met mensen van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid (FOD Sociale Zekerheid) en de KSZ om de instellingen te helpen het EESSI-project intern in te voeren.  Verschillende vergaderingen vonden plaats tussen de BelEESSI-groep en het Interregionaal orgaan (en ervoor het Federaal agentschap voor de kinderbijslag) om de aan te nemen strategie in de kinderbijslagsector vast te stellen.

Lijst van de kinderbijslag BUCs :

  • FB BUC 01 – Determining competences
  • FB BUC 02 – Discharge of Family Benefits
  • FB BUC 03 – Additional Family Benefits for orphans
  • FB BUC 04 – Information about payment regarding priority right

Lijst van de kinderbijslag SEDs :

FB BUC 01

  • F001 – request for determining competence
  • F002 – reply to determining competence
  • F004 – request for clarifications
  • F005 – reply to clarifications
  • F022 – request for information of periods
  • F023 – reply to information of periods
  • F026 – request more information
  • F027 – reply to more information

FB BUC 02

  • F016 – request for discharge of benefits
  • F017 – reply for discharge of benefits

FB BUC 03

  • F018 – request for insurance length period of additional benefits
  • F019 – reply for insurance length period of additional benefits
  • F020 – information on priority for additional benefits
  • F021 – demandes de prestations supplémentaires – application for additional benefits

FB BUC 04

  • F003 – receipt of application for family benefits